Afbeelding

Popup museum DWDD

Vorige week bezocht ik het razendpopulaire fenomeen: popup-museum. Het Allard Pierson Museum in Amsterdam is gastheer voor depotvondsten van min-of-meer bekende Nederlanders. Nou, dat willen onbekende Nederlanders ook wel: ronddwalen in de kelders van musea, schatzoekertje spelen en daar dan uiteindelijk een mooi zaaltje van maken.

Mijn handen jeuken al maanden om deze uitdaging voor de nieuwe kunst & cultuur-organisatie in Almere aan te gaan (geduld is een schone zaak), laat staan dat je in bijvoorbeeld het Gemeentemuseum in Den Haag mag rond snuffelen. Dat is dan weer een buitenkansje voor mijn ‘broer’, Joost Zwagerman. Ik was nieuwsgierig.

Lilian, Greet en ik gingen op pad: Charley’s Angels met zeer uiteenlopende smaken, keken en vergeleken. En toen we weer buiten stonden zeiden we volmondig, dat het een goede keuze was geweest. Als ik na afloop een cijfer zou mogen geven, dan rolde er een dikke voldoende uit. Mijn liefde voor de Middeleeuwen is bekoeld en laaide ook nu niet weer op en met de keuzes van Jasper Krabbe weet ik me vaker geen raad.
Maar Nico, Jan, Halina maar vooral Marc-Marie en Joost maakten alles goed. En hoe geniaal is Nico: “Ik vond wat gevonden wilde worden”. Serendipiteit als toverwoord: prachtig!

Dick Ket, Stilleven met vogelnestje

Dick Ket, Stilleven met vogelnestje

 

Het meest bijzondere was het besef dat Joost en ik ook hier weer een zelfde soort smaak hebben, ‘familie’ van elkaar zijn. Het kan toch geen toeval zijn dat hij een topstuk van de door mij zo bewonderde Dick Ket kiest, waar ik mijn afstudeerscriptie over schreef? De prachtige verstiling, het Cézanniaanse perspectief, de detaillering van de objecten: pure schoonheid. Gecombineerd met ‘nap met eitjes’, verrassende ‘haas’ van Piet M. en de roerloze roeken, onweerstaanbaar. Kwetsbaarheid en kwaliteit. De apotheose in zaal 1 in plaats van 10.

En nu met volle kracht vooruit, Schouwburg Almere!

 

Floris Verster, twee dode roeken

Floris Verster, twee dode roeken

 

 

Afbeelding

De trap

Op 5 februari presenteerde Renate Dorrestein haar roman ‘Weerwater’ aan een groep bevoorrechte burgers van Almere. Een feestelijke gebeurtenis, opgeluisterd door de aanwezigheid van burgemeester en wethouder in een prachtige setting in de Midden Zaal van Schouwburg Almere.

Ze vertelde ongedwongen over haar eerste kennismaking met haar tijdelijke woonplaats en het bijkans autarkische karakter van de stad. Was daar op de tekentafel al over nagedacht: vruchtdragende bomen, stadslandbouw en een mooie verhouding groen en blauw? Is Almere voorbestemd om een ramp te overleven? Waren de peetvaders misschien profeten?

Ira Koers, Up-stairs, Forum Almere

Ira Koers, Up-stairs, Forum Almere

 

Haar eerste hersenspinsels zetten zich als vluchtige aantekeningen af op de altijd blanco routekaart van de dolende schrijfster. Had zij hier een bijzondere verhaallijn te pakken?
Al wandelend langs de oevers van het Weerwater kwam ze uit op het Forum, waar de markante trappen van Ira Koers de bezoeker leiden naar de onderwereld (de parkeergarage), maar ook naar een tribune die zich markant als een uitroepteken naar de hemel uitstrekt. Ze werd getroffen door de gedachte dat op deze locatie een spirituele Mariaverschijning zou kunnen plaatsvinden.

Titiaan, De Presentatie van de Maagd Maria, 1534-1538 Gallerie dell'Accademia, Venetië

Titiaan, De Presentatie van de Maagd Maria, 1534-1538 Gallerie dell’Accademia, Venetië

 

Titiaan laat in de Galleria dell’Accademia een onschuldig meisje Maria, gehuld in een ring van stralen, lichtvoetig de trappen naar de tempel beklimmen. Maar de blik in de ogen van de wachtende hogepriester voorspelt niet veel goeds. “Draai je om en ren weg”, wil ik haar toeschreeuwen, maar ze hoort me niet. Haar lichte tred op de zware treden lijken het offer van haar ouders te illustreren, net zo mysterieus als de tribunetrap van Koers.

In ‘Weerwater’ krijgt Almere vreselijke rampspoed over zich heen. Langzaam hervindt de ontredderde gemeenschap haar evenwicht. De pen van Dorrestein is scherp en humoristisch. Uitzichtloosheid en hoop staan naast egoïsme en opoffering. En als ik daar een beeld bij moet zoeken, dan kan ik niet om Anselm Kiefer heen.

Afbraak, destructie en verval dienen zich aan in een van zijn topwerken met een poëtische titel: Von den Verlorenen gerührt, die der Glaube nicht trug, erwachen die Trommeln im Fluss, uit 2004. Niet zomaar een trap, maar een die de ramp die de wereld trof niet heeft overleefd. Oorzaak: het verliezen van de hoop.

Een uitgekiende combinatie van schildering en sculptuur, met op de achterwand talloze glasscherven waarop de coördinaten van de sterren zijn genoteerd. Een prachtige, krachtige, Kiefer (Art Gallery, Sidney) Hoop. Daar gaat het om. Dat heeft Dorrestein ook begrepen. Lezen dus, dat boek!

Anselm Kiefer, Von den Verlorenen gerührt, die der Glaube nicht trug, erwachen die Trommeln im Fluss, 2004

Anselm Kiefer, Von den Verlorenen gerührt, die der Glaube nicht trug, erwachen die Trommeln im Fluss, 2004

 

Afbeelding

Fietsen

De eerste schrijfopdracht bij The write way, vanochtend.

Oké, daar gaat ie weer. Geen idee en dat is nu juist wat het zo verdoemde moelijk maakt. Oh, verschrijving! ‘Verdomde’ werd ‘verdoemde’. Zou dat komen door wat er nu in de wereld, in Europa, in Frankrijk, België en Duitsland gaande is? Dat idee van hel en verdoemenis? Van Sodom en Gomorra? Ik leef er tussen in en fiets er moeiteloos langs. Ik registreer, reageer en leg het langs mijn eigen ijklat.

Ai Wei Wei

Ai Wei Wei (Art Zuid, 2014)

En dan zie ik al het goede dat mij omringt. Is dat erg, dat ik schijnbaar moeiteloos verder ga met leven? Ik begrijp de jongens en meiden die zo zijn, of geworden zijn, niet. Maar ik zie hun daden als een teken van onzekerheid, een brevet van onvermogen. Moet ik er iets van vinden, over zeggen? Wie zit daar op te wachten?

Wat ik kán doen, doe ik. Ik leg het weer langs mijn eigen meetlat = leeflat. En relativeer met mijn waarden en werkzaamheden. Een betere wereld begint bij jezelf. En als er niets positiefs uit mijn mond kan komen, houd ik hem dicht.

Kunstfiets

Valdinei Calvento

 

Picasso

Picasso, bull, 1942

 

Afbeelding

Je suis Charlie

Terwijl tout le monde in kranten, sociale media en televisie zich uitspreekt over de aanslag op het kantoor van het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo, doe ik een bescheiden poging te achterhalen hoe beeldende kunst zich verhoudt tot vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Goya

Goya

Onmiddellijk doemen klassiekers uit het verleden op: van Goya’s ‘derde mei in 1808’, het vlot van Medusa als aanklacht tegen kapitein en reddingsoperatie vertaald door Gericault (1818) aangevuld met ‘De vrijheid die het volk leidt’ van Delacroix (1830).
In de 20ste eeuw duidde Picasso op de burgeroorlog in Spanje met het oorverdovende Guernica (1938) en de kaartspelende kreupelen van Otto Dix (1920) veroordelen de eerste wereldoorlog. Robert Capa werd wereldberoemd met de stervende soldaat op foto in 1938.
Henneman ‘schreeuwt’ en Shirin Neshat protesteert in ‘My Beloved’ (1995) in zachte doch dwingende stijl tegen de regering in Iran. Ai Wei Wei stelt met veel eigen risico het regime in China aan de kaak.
En ik? Ik laat de afbeeldingen zien en bespreek ze met mijn gasten/deelnemers. Soms discussiëren we heftig, soms zijn we stil.

Vandaag ben ik even stil.

Afbeelding

Winter!

De ochtend gestart met een frisse wandeling. Langs het Weerwater zag ik ijspegels aan de geschoren rietkragen hangen. De lucht stralend blauw en de zon die zich na dagen van wind en regen eindelijk weer eens liet zien. Het is winter!

Wat wij winter noemen is niet te vergelijken met de kleine ijstijd die het laatste kwart van de 16e eeuw heerste in Nederland. Toen was het pas echt koud. Het was de tijd waarin Hendrick Avercamp (1585-1634) zijn beroemde winterlandschappen schilderde. Prachtige schilderijen die als een stripverhaal het vermaak van jong en oud, arm en rijk vertellen.

Winterlandschap met schaatsers, 1608, Rijks

Winterlandschap met schaatsers, 1608, Rijks

Heel gelijkmatig verdeelde hij zijn figuranten over het doek. Door het hoge gezichtspunt zien we ze uitzwermen. Getrouwde stellen en geliefden zwierend over het bevroren water, jongeren ijshockey spelend. Mooi is het sferisch perspectief: het vervagen van de kleuren naar de horizon, waardoor er (nog) meer diepte ontstaat. Hoewel het mistig is, zijn er toch ook schaduwen op het ijs te zien.

Avercamp werd doofstom geboren. Om te communiceren schakelde zijn moeder een tekenaar in, waardoor hij al tekenend kon verwoorden wat hij bedoelde. Dat het zou uitmonden in winterlandschappen die over de hele wereld bekendheid genieten, had zij nooit kunnen bevroeden. Tip: het Rijksmuseum heeft een mooie collectie. Thea Beckman schreef over Avercamp het boek: De Stomme van Kampen, 1992.

H. Avercamp

 

Afbeelding

Getrouwd!

Vorige week trad onze oudste zoon in het huwelijk. Een dag met een gouden randje, met familie, dierbare vrienden en in een sfeer van liefde en blijdschap. Als vanzelf zocht mijn kunsthart naar referenties van huwelijksportretten in de beeldende kunst. Ik vroeg mij af of die er waren en of die dezelfde intensiteit zouden uitstralen als ons bruidspaar.

Het huwelijksportret van Arnolfini (1432) door Jan van Eyck was al eerder onderwerp voor een beeldblog. Ik moest op zoek naar een ander sprekend voorbeeld. Het zoeken duurde niet lang. Al snel drong het beeld van het lachende paar door Frans Hals zich op.

Frans Hals ca. 1622

Frans Hals ca. 1622

In de schaduw van een boom hecht zich de klimop aan de stam, zoals de vrouw zich zal hechten aan haar man. De trouw van de man wordt gesymboliseerd door de distel links in beeld, die bekend staat onder de naam: mannentrouw. De vrouw met haar prachtige molensteenkraag toont trots haar ring, die volgens de mode van die tijd aan haar wijsvinger is gestoken. De liefdestuin op de achtergrond lijkt wat op het sfeervolle erf waar ons bruidspaar met alle familie op de foto ging. Is zo’n hedendaagse fotoshoot te vergelijken met het poseren voor een huwelijksportret? In elk geval worden geduld en humeur op de proef gesteld. Koopman Massa en zijn vrouw Beatrix van der Laen lijken niet erg onder de indruk. Ze blijven vriendelijk lachen.

Dit bruidspaar is in stemmig zwart en donkerrood uitgedost, met hier en daar een rand van kant. Maar mijn lieve schoondochter koos voor een volledig kanten jurk met kleine sluier. Zo prachtig, daar kan zelfs deze kraag niet tegenop!

Afbeelding

In Enschede ontdekt men de wereld!

In het geweld van BEELD-, de zojuist geopende tentoonstelling van Marlene Dumas met ‘the image as burden’ en KLEUR-, Rothko in het Gemeentemuseum van Den Haag op 20 september, wijs ik jullie graag op een andere tentoonstelling. Een waar je je kunt terugtrekken en je kunt verplaatsen in een wereld waar het leven schijnbaar eenvoudig is en ingedeeld in goed en kwaad, in hier en nu & hiernamaals. De wereld van kunstenaars die verzameld zijn onder de geuzennaam “Vlaamse Primitieven”.

In Rijksmuseum Twenthe ontdekt men de wereld. De samenwerking met het Koninkljk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen stelt Rijskmuseum Twenthe in staat schatten uit die collectie, waaronder het topstuk Maria van de Fontein uit 1439 van Van Eyck te presenteren in samenhang met eigen werken uit de 15e en 16e eeuw.

Madonna bij de Fontein, 1439

Madonna bij de Fontein, 1439

Even terug naar het thema: Moeder en Kind. Gesitueerd in een wereld die nog niet overspoeld lijkt met kwaad (burden), al lag de duivel voortdurend op de loer. De wereld werd ontdekt in de zin van flora en fauna, in wonderlijke combinaties, in de prachtigste kleuren en tot in het kleinste detail uitgewerkt. Helder, transparent, zonder opsmuk en van een grote heerljke alledaagsheid. Een retraite naar een wereld waar men zijn leven leidde, verankerd in het geloof. Ik citeer uit het persbericht: “De middeleeuwer surft mee op de golven van de heilsgeschiedenis en hoort zijn leven te leven in een voortdurend besef van het Einde.” Samen met werken van de absoluut bewonderde Rogier van der Weyden een oase van rust, reinheid en ja, regelmaat. Het leven was geordend volgens vaste rituelen. De schilders deden er alles aan om de schoonheid van dat alledaagse vast te leggen.

Bij de tentoonstelling verschijnt een boek waarin acht kunsthistorici, filosofen en letterkundigen hun licht laten schijnen op de ontwikkelingen in de kunst van de vijftiende en zestiende eeuw. Stuk voor stuk zijn hun teksten puzzelstukjes, en dragen ze bij tot een beter begrip van dit unieke kantelmoment in de (kunst)geschiedenis, waarin de werkelijkheid voor het eerst sinds de Oudheid opnieuw het onverbiddelijke ijkpunt wordt in de beeldende kunst. Want precies hier, in die verre, haast exotische en sprookjesachtige middeleeuwen, ligt de wortel van de maatschappij zoals we die vandaag nog steeds kennen.

Ik ga er kijken. U ook? Te zien tot 4 januari 2015

Afbeelding

Vrolijke Nana

De zomer roept zonnige beelden op: van witte stranden en blauw-groene zeeën of meren. Van hooimijten op het veld en een café onder een sterrenhemel. Van spelende kinderen aan de waterlijn en ouders die zich ontspannen in de zon. In de NRC van afgelopen zondag zag ik de prachtige fotoreportage van Tadao Cern: Aan zee gaan alle remmen los. Prachtig om te zien hoe de mens, zonder gêne, geniet van de weldadige zomerzon.

0208WebAppComfortZone-01-490x735

Niki de Saint Phalle (1930-2002) is een van de kunstenaars die ik heb opgenomen in een presentatie over vrouwelijke kunstenaars. Het interesseert me vooral hoe zij traumatische gebeurtenissen uit haar jeugd heeft verwerkt. Hoe kon zij zich hervinden en hoe kon zij, na zich afgewend te hebben van haar familie, zich totaal wijden aan haar kunstenaarschap? En ten koste van wat? Waar schuurde het kunstenaarschap met het moederschap?

Bij somminge kunstenaars kleuren het palet en onderwerpen door dit soort ervaringen. Maar niet bij Niki. Ja, in het begin schoot zij alle frustraties van zich af in schilderstukken die zij ‘Tirs’ (schieten) noemde. Op een ondergrond bevestigde zij zakjes gevuld met verf die ze vervolgens onder een laag gips (ha, ha) weg pleisterde. Van een afstand, temidden van vrienden, schoot ze met een luchtbuks op het schilderij, waar de verf uitdroop. Een prima (verwerkings)therapie.

NdsP  saint-phalle-niki-de-1930-2002-tir-2741451

Waar ze wereldberoemd mee is geworden zijn haar Nana’s. Levensgrote vrouwfiguren in flower power badpakken of bikini’s. Aanvankelijk gemaakt van papier maché, maar later van polyester. In niets weerspiegelen zij de wanhoop en het verdriet dat haar in haar jeugd is overkomen. In niets vertellen zij over het gemis van het zien opgroeien van haar kinderen en in niets laten de welgevormde poppen zien hoe zij als mannequin vóór haar kunstenaarschap beantwoordde aan het schoonheidsideaal uit de fashion industrie.

640px-Saint_phalle_hannover2

De Nana’s van Niki vertegenwoordigen voor mij het ultieme zomergevoel met vrolijkheid en vrijheid. Doen en laten doen, genieten en even helemaal aan niets denken. Daar geef ik me ook aan over, in mijn tuin, op het ligbed van Caroline. En ooit hoop ik een reis te maken naar haar Tarot tuinen in Italië.

Afbeelding

Bijten in een sappige Laurens

Nou, daar lig ik dan. Van al mijn zomerplannen moeten er een aantal de ijskast in. Met dit weer in misschien zo gek nog niet…

Vaarwel rondreis door Vietnam, tot later flitsende fietstochten langs de kust en so long werkplek, voorlopig ben ik even met mijn brace aan huis gekluiserd. Mijn wild en losbandig leven kwam tot stilstand. Ik glibberde weg op een plasje water dat mij, onzichtbaar op de laminaatvloer, in de val lokte en tot een diepe kniebuiging dwong. Een gebroken knieschijf, met 3 of 4 breuklijnen als meridiaan en evenaar over de aarde. Hoe het verder gaat zal blijken bij het volgende ziekenhuis bezoek, aan het einde van deze week. Wel een beetje zuur dat ik paardrijden heb ik opgegeven vanwege de risico’s op valpartijen. De stelling dat de meeste ongelukken in en om het huis gebeuren is hiermee weer eens onderstreept.

Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel: op de momenten dat pijnstilling werkt, kan ik schrijven.

Zo wilde ik jullie al eerder vertellen over mijn recente bezoek aan de tentoonstelling De Grote Curve waarin Henri Laurens (1885-1954) de hoofdrol speelt. In het prachtige museum Beelden aan zee staan zijn sappige creaties in slagorde opgesteld. Zijn vrouwelijke beelden, na zijn dood in brons gegoten, zijn klein maar stevig, compact en met mooie oppervlaktespanning. Ze zijn massief en dragen prachtige allegorische titels als La Mer, Luna of Sirène. De modellen nemen poses aan die ik op dit moment onmogelijk na kan doen. Zittend met gebogen benen en armen in elkaar gestrengeld achter het hoofd. De modellen weerspiegelen Laurens ontwikkeling van kubistisch werk onder invloed van Picasso en Braque naar zijn voluptueuze eigen stijl. De vrouwen zijn tegelijk sierlijk als de golven van de zee als aards, met een duidelijke basis die ze verankerd met het leven. 

Océanide, 1932

Océanide, 1932

femme-au-compotier-1920.jpg!Blog

 

Mooie zwart-wit foto’s op de wand laten Laurens zien in het gezelschap anderen, o.a. Matisse, die hem zeer bewonderde. Een bijna vergeten beeldhouwer vergeleken met grootheden als Arp, Zadkine en Brancusi, maar zeker de moeite van een bezoek aan Scheveningen waard. De instaprondleiding is zeer toegankelijk en verhelderend. Tot 26 oktober.

La grande maternité

Afbeelding

Actie – Reactie

Er is actie-reactie voetbal en je hebt datzelfde fenomeen in de beeldende kunst. Een voorbeeld.

ACTIE

Iedereen kent het meesterwerk van Auguste Rodin (1840-1917), de kus (Le Baiser, 1886). Wat velen echter niet weten is dat Rodin zich baseerde op een historisch liefdesverhaal en wel de romance tussen Francesca da Rimini en Paulo Malatesta. Gefopt en gevangen in een verstandshuwelijk met de (lelijke) broer van Paolo, Giovanni, is de liefde tussen deze twee niet te stuiten. Lezend in het boek over de ridders van de ronde tafel, waarin een soortgelijke romance ontstaat tussen ridder Lancelot en Genevere, vallen zij elkaar smachtend in de armen. Een interpretatie van een historisch verhaal, opgetekend door Dante in diens Goddelijke Komedie en opgepakt door Rodin.

Rodin de Kus, 1882-1889

Rodin de Kus, 1886

 

REACTIE

De Roemeen Constantin Brȃnçusi (1876-1957) kwam in 1904 te voet naar Parijs, waar hij zich verder wilde ontwikkelen als beeldhouwer. Hij kreeg het aanbod om bij en onder Rodin te werken, maar Brȃnçusi zag al snel in dat hij in de schaduw van de meester nooit zou kunnen uitgroeien tot diens gelijke. Hij besloot zijn eigen weg te gaan. Le Baiser van Rodin vond hij geen goed kunstwerk. Eerst een klei-model maken voordat het werk uitgehakt werd uit duur materiaal (marmer) vond Brȃnçusi ‘te makkelijk’ en veel van het hakwerk overlaten aan leerlingen in het atelier verafschuwde hij. Hij reageerde met zijn eigen Kus. Rechtstreeks gehakt uit eenvoudige kalksteen en een solo project, dus zonder hulp van leerlingen tot stand gekomen. De simpele lijn voert de boventoon. “In de kunst is eenvoud geen doel, maar men komt door het benaderen van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud”De eerlijkheid gebiedt te zeggen de tijd is doorgelopen, we schrijven 1909 en de weg naar abstracte kunst was ingeslagen. Hij maakte diverse versie’s van de Kus. Dit exemplaar uit 1909 staat op de begraafplaats Montparnasse, Parijs. Brȃnçusi’s reactie op het meesterwerk werd zelf een meesterwerk.

Brancusi1909

 

Om een schilderkunstig tegenwicht te bieden aan deze beelden, met hetzelfde onderwerp wel te verstaan, het kleurrijke werk van Alexandre Cabanel uit 1870. Het noodlot heeft zich al voltrokken. Giovanni heeft de geliefden gedood, zijn eer is gewroken. De geliefden liggen in Middeleeuwse kledij, in extreme poses op het bed. Op de achtergrond zien we de schim van Giovanni, zijn hand duwt het gordijn opzij. Tussen de geliefden, op de prachtige vloer, ligt het boek, opengeslagen. Al eeuwenlang een verhaal waar schrijvers, schilders en beeldhouwers zich door lieten inspireren.  Actie-reactie.

Alexandre_Cabanel,_Morte_di_Francesca_da_Rimini_e_di_Paolo_Malatesta,_1870

 

Afbeelding

Oranje boven!

Deze week begint het WK voetbal. Ik ben al jaren voetbalfan en bij grote toernooien ben ik voor ‘Oranje’. Het zit in mijn DNA, van moeders kant. In mijn eigen gezin herken ik het bij mijn zonen. Mijn echtgenoot leest liever een boek.

Wat is dat, die liefde voor rood, wit en blauw? En Oranje! In Almere zet de Villa van Vijven in Overgooi (Next Architects) de toon als het om wonen in oranje gaat. En de keuze voor die kleur bleek in goede harmonie heel snel gemaakt met alle betrokkenen. Gelukkig maar, want dit project valt onder het CPO, een collectief particuliere opdracht en dan moet iedereen wel achter de te maken keuze(s) staan.
Het huis biedt leefruimte aan vijf verschillende families, in gestapelde woondozen die als lange ontbijtkoeken zijn opgetast, wijzend in verschillende richtingen. Met voor elk gezin een fenomenaal panoramisch uitzicht op het Gooimeer, directe toegang tot de tuin en beschutting en toegang op het lager gelegen verharde plein. In alle seizoenen moet het hier heerlijk wonen zijn, met wisselende luchten en wiegend water. Privacy en verbondenheid tot een geheel gesmeed in de kleur… oranje.

Villa van Vijven, Almere

Villa van Vijven, Almere

De van oorsprong Amerikaanse schilder Jamer Abbout McNeill Whistler schildert in de winter van 1864/65 zijn vriendin Joanna Hiffernan, staand bij de open haard. De hand op de schoorsteenmantel laat de ring zien, die hun verhouding als het ware legaliseert, ondanks het feit dat zij niet getrouwd waren. De linker arm, de blik van Joanne die via de spiegel wordt verdubbeld en het grote lege vlak van de donkere haard, leiden onze blik daar als vanzelf naar toe.
De vrouw met het prachtige ‘rode’ (oranje!) haar draagt een lange witte jurk, met kanten mouwen, strak lijfje en een hoge ceintuur in de taille. Prachtig zijn de nuances van wit en crème. Haar gezicht is afgewend en via de omweg van de spiegel kijkt ze het beeld weer uit. De enige kleuraccenten worden gegeven door de Oosterse vaas met blauw geglazuurde afbeeldingen en het rode potje ernaast. De kleuren rood, wit en blauw echoën in de Japanse waaier aan de onderzijde van het werk (77 x 51 cm). Whistler hernoemde het werk van Little White Girl naar Symphony nr. 2 om uiting te geven aan zijn abstracte ambities, op zoek naar het l’art pour l’art-principe.
De dichter Swinburne liet zich door het werk inspireren tot het gedicht Before the Mirror. Een totaal concept in rood, wit, blauw en oranje. Net voetbal.

James Abbot McNeill Whistler, Symfony nr. 2, 1864

James Abbot McNeill Whistler, Symfony nr. 2, 1864

Afbeelding

Beeldblog: George Seurat en de ‘rugfiguur’

Het Kröller-Müller in Otterlo besteedt deze zomer aandacht aan de meester van het pointillisme, George Seurat. Aan het eind van een gang hangt Le Chahut (1889/90) Je blik wordt er naar toegetrokken en het schilderij houdt je tot je er voor staat in z’n greep. De hooggeheven benen, de dirigeerstok, een wufte neus en de hals van de contrabas vormen diagonale lijnen die het werk spannend maken en dynamiek verschaffen. Net als de pointillistische techniek, waarvan Seurat zich bediende naar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, zodat de complementaire aangebrachte kleurstippen zich mengden in het oog.

Spannend is vooral ook de rugfiguur, die het werk diepte geeft. Een klassieke truc die mij aanspreekt en als ik werken tegenkom waarin hij wordt toegepast, verzamel ik ze. Zo’n figuur roept nieuwsgierigheid op, je wilt weten wie die persoon is. Hier is de figuur een (anonieme) muzikant, voor de helft afgebeeld, als een rugtorso, in een donkere kleur. Hij staat immers in de schaduw. Vanaf zijn rug wordt ons oog verleidt om de verlichte dansvloer op te gaan en ons mee te laten voeren door de voorstelling.

Seurat, Le Chahut, 1890

Seurat, Le Chahut, 1890

Werk van de Deense kunstschilder Vilhem Hammershøi (1864-1916) zag ik vorig jaar in het Groninger Museum, toen daar de tentoonstelling Nordic Art georganiseerd was. Een verrassend indrukwekkend overzicht van Scandinavische kunst. In het werk Vrouw achter piano uit 1901, is de compositie niet in balans. De kamer lijkt te groot voor de rugfiguur, Ida, de vrouw van de kunstenaar. De tafel met stoelen leidt af. De schilderijen op de blauwige wand echoën in de witte borden op tafel. Ida verdrinkt in de ruimte. Zijn kleurenpalet is nog niet zo subtiel verstild als in een van zijn topstukken.

Hammershoi, interieur met vrouw achter piano, 1901

Op Nordic Art was dit voor mij het hoogtepunt: Interieur met vrouw op rug, 1903/1904. Een staande vrouw in donkere jurk met elegante hals waar Vermeers licht op valt.  Haar bevallige houding in contraposto leidt je blik naar de porseleinen schaal op houten tafel en de fascinerende wand. Deze wand schept door de rechte hoeken van het schilderij en lambrisering een perfect kader voor het silhouet. Haar naar rechts gewende blik versterkt de diagonaal die door de punten worden aangewezen. De muur is pointilistisch opgezet en contrasteert daardoor prachitg met de zwarte jurk. Opnieuw staat Ida model en altijd anoniem, op de rug gezien. Een geweldige vondst, waardoor het werk een geheimzinnig en verstilde sfeer oproept.  Voor dit werk maak ik een plekje vrij!

Vilhelm Hammershoi, Interieur met zicht op rug van vrouw 1903-1904

 

Afbeelding

Beeldblog: Snapshot in olieverf

De dag begint voor de afwisseling niet met regen, maar met frisse zonnestralen, die plakkend aan het natte loof van de dikke populieren voor mijn keukenraam, naar binnen fladderen. Dat strijklicht is kenmerkend voor Johannes Vermeer (1632-1675). Velen kennen hem en als je een zin begint met: ‘het meisje’, vult men als snel aan: ‘met de parel’, zoals ‘Eva’ achtervolgd wordt door ‘de appel’.

Vermeer, het meisje met de oorbel, 1665/67

Vermeer, het meisje met de oorbel, 1665/67

Zijn topstuk is inderdaad Meisje met de parel. Voor mij zit de verrassing altijd weer in het vangen van dat moment als onze blikken elkaar treffen. Onderzoekers menen dat Vermeer zich heeft laten inspireren door de Italiaanse schilder Guido Reni, die een soortgelijke pose van een soortgelijke schoonheid heeft vastgelegd rond 1600. Heel goed mogelijk.

Guido Reni, Beatrice Cenci, ca. 1600

Guido Reni, Beatrice Cenci, ca. 1600

Gerhard Richter is ook fan van de Hollandse meester. Hij posteert zijn vrouw met een krant in het licht. Het licht dat haar gestalte deels in de schaduw, deels van boven en van voren streelt. Waar is het raam waar de lichtbundels door naar binnenvallen en haar liefkozend aaien in haar nek en op haar hoofd? Staand, met een lichte knik in de bovenste werkvels, de subtiliteit van haar houding, ook hier is alles feilloos op elkaar afgestemd. Hij verlegd de vondst van Vermeer naar de 20ste eeuw. Zijn olieverf oogt als een foto.

Gerhard Richter, Lesende, 1994

Gerhard Richter, Lesende, 1994

Het portretje van Vermeer suggereert een spontaniteit die er niet is. Dit meisje heeft echt uren geposeerd, maar Johannes pakt ons steeds weer in met die quasie nonchalante draaiing van haar hoofd, alsof ze wordt geroepen. En dan komt alles samen en ontstaat het magische: de prachtige kleuren, de blik, de bel en het licht. Nooit eerder zo vertoond, een snapshot in olieverf. Niets meer aan doen, alleen maar kijken.

Afbeelding

Beeldblog: Hoopvol dansen

Sinds vorige week ben ik in het bezit van het boek „Kunst als therapie” van Alain de Botton en John Armstrong. Zal het mijn filosofie over kunst veranderen? Hoe kijken zij naar kunst en is dat heel anders? Zal mijn manier van naar kunstwerken kijken veranderen door dit boek met hun filosofie?

Ik neem de proef op de som.

La Danse I en La Danse II, van Henri Matisse, 1909 en 1909/10

Matisse, La Danse II, 1909

Matisse, La Danse II, 1909

La Danse I is een enorm doek (olieverf op doek) van ruim 2,5 meter bij een kleine 4 meter; de tweede versie is zelfs nog een fractie groter en moet gezien worden als de definitieve versie na het eerdere schetsmodel. Het toont vijf naakte, vrouwelijke figuren die ronddansen in een kring en daarbij elkaars hand vasthouden, geschilderd tegen een sterk vereenvoudigd groen landschap en een blauwe hemel. In het eerste werk zijn de kleuren gedempt, haast pastelkleurig, het definitieve werk valt op door het krachtige kleurgebruik.

Matisse maakte het werk in opdracht van de Russische handelaar en kunstverzamelaar Sergej Sjtsjoekin, die er een plek hoog aan de wand, boven de trap bij de ingang van zijn villa mee wilde benadrukken. Een mooie binnenkomer, als het ware.

Tot zover kun je de duiding van het werk „traditioneel” noemen. Zoals ik lesgeef. Dan analyseer ik, in samenspraak met het publiek, wat we zien en hoe de maker (Matisse) is omgegaan met o.a. vorm, kleur en perspectief. We vergelijken het met andere werken en werk van tijdgenoten en uiteindelijk komen we tot een eigen bevinding van het werk. Een slotvraag kan zijn: „welke emotie maakt het los, vind je het mooi, doet het je wat en hoe omschrijf je die emotie?”

La Danse prikkelt mijn fantasie, juist omdat niet alles is ingevuld en het nodigt daardoor uit tot reflectie. Waar komt die kracht in het werk vandaar? Waarom maar drie kleuren? Waarom die scherpe bocht en een bijkans vallende vrouw op de voorgrond? Hoe graag zou ik het doek op zijn oorspronkelijke plaats zien, hoog boven het trappenhuis om te ervaren hoe de vormen dan uitkomen.

De Botton en Armstrong delen dit werk in onder de categorie „Hoop”. Hier volgt hun beschrijving van het werk.

„De dansers in het schilderij van Matisse ontkennen de problemen van deze wereld niet, maar vanuit het standpunt van onze onvolmaakte en conflicterende – maar gewone – relatie met de werkelijkheid, kunnen we hun houding als een aanmoediging zien. Ze verbinden ons met een vreugdevol, zorgeloos deel van onszelf dat ons kan helpen om goed om te gaan met onvermijdelijke afwijzingen en vernederingen. Het schilderij suggereert niet dat alles in orde is, noch dat vrouwen altijd plezier in elkaars bestaan scheppen en zich verbinden in wederzijds ondersteunende netwerken”.

Slik! Personages die ons aanmoedigen ons vreugdevol te verhouden tot de inperfecte wereld. Ik word vooral gewoon blij van La Danse, het laat de energie weer stromen en het stemt me vrolijk, doet me de realiteit van alledag even vergeten.

Joyce Roodnat schrijft wekelijks een kolumn voor de NRC en haar filosofie komt dicht in de buurt bij de mijne: kunst is een geschenk, je hoeft het alleen maar aan te nemen. Ze beschrijft hoe ze wordt gegrepen door, ja wel, Van Gogh. Het grijpt haar bij haar lurven, de complete collectie ‘greatest hits’ van Vincent in het Museée d’Orsay. Sterker nog: ‘Dan dein ik ineens op de penseelstreken van ‘La salle de danse à Arles (1888). Bij alle kommer en kwel is er de ruimte voor de eenvoudige ontroering over de muziekale harmonie die dansparen bevangt”. Prachtig beschreven. Helder, eenvoudig.

La salle de danse a Arles, 1888

La salle de danse a Arles, 1888

In de beweging ‘Dance for Life’ wordt dansen heel direct en rechtstreeks in verbinding gebracht met de wereld met al zijn onvolmaakte en conflicterende aspeceten. Ziekten bijvoorbeeld. Deze Dance-beweging bindt via dansen de strijd aan met aids.

Hier al drie voorbeelden van dansen. In de beeldende kunst zijn er talloze op te noemen. Dansen kent vele vaders als het gaat om emoties. Gelukkig niet alleen maar hoop. Voor mij mogen De Botton en Armstrong genuanceerder te werk gaan.

Afbeelding

Beeldblog: ik zie, ik zie…

Vorige week vierden wij onze huwelijksdag; een warm zonnetje gaf kleur en warmte aan deze doordeweekse dag en na mijn werk fietsten we naar een knus restaurantje om in elkaars gezelschap te genieten van een heerlijke maaltijd. Geen grote receptie, maar samen herinneringen ophalen aan de dag van toen.

Jan van Eyck, Arnolfini Portret, 1434

Jan van Eyck, Arnolfini Portret, 1434

In 1434 schilderde Jan van Eyck het „Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw”, dat sinds 1842 in de collectie van de National Gallery in Londen is opgenomen. We zien een man en vrouw, hand in hand, ten voeten uit, staand in een vertrek dat lijkt op een woon- annex- slaapkamer. De inrichting van het vertrek bestaat uit een tafeltje links onder het geopende raam, een kroonluchter, een stoel bekleed, een ronde spiegel en een hemelbed. Behalve de personen is ook een bruin hondje op de voorgrond in het vertrek aanwezig. Niks bijzonders, toch?

Alle formele elementen als compositie, vorm, kleur en perspectief zijn voor iedereen te bevatten. Maar voor mij, als kunsthistoricus, is het uitpluizen van het hoe en waarom van deze attributen interessant. Tijdens mijn studie moesten we deze voorwerpen bestuderen en er in de context van haar ontstaan, betekenis aan geven. Professor Erwin Panofsky was onze leermeester. En dan blijken de ogenschijnlijk alledaagse zaken een dubbele betekenis te bevatten die het totaal een heel andere lading geven.

Het blijkt om een huwelijksportret te gaan! De Italiaanse koopman huwt zijn Belgische verloofde, een van de heilige sacramenten binnen de katholieke kerk en daarom heeft hij, staand op gewijde grond, zijn schoenen uitgedaan. De bruidegom, afgebeeld met opgeheven arm staat op het punt de eed (fides) uit te spreken. In combinatie met het samenvoegen van elkaars handen bevestigt dit moment. Het hondje als symbool van trouw onderstreept hun eeuwig durende trouw.
De goddelijke aanwezigheid wordt verbeeld door de ene brandende kaars in de luchter, op klaarlichte dag. Hoewel de mode van die tijd anders doet vermoeden, wordt nog verwezen naar de onschuld van de bruid. Ze heeft haar hand teder op haar buikje gelegd, dat opbolt door de hoge taille en onderrokken. Het keurig opgemaakte bed onderstreep dit.
Op de achterwand hangt de spiegel, precies in het midden. In de rand, in verschillende medaillons wordt de lijdensweg van Jezus afgebeeld. Rondom Pasen een toepasselijk thema. Opmerkelijk is het geschrevene erboven: het plaatst Jan van Eyck persoonlijk in het vertrek: ”Johannes de Eyck fuit hic”, Van Eyck was hier. Een schilderij als bewijsstuk.

Jan van Eyck, Arnolfini Portret, detail, 1434

Jan van Eyck, Arnolfini Portret, detail, 1434

Vanaf 1811 werd het in Nederland verplicht om het huwelijk te registreren bij de burgerlijke stand. Zo’n trouwboekje als bewijsstuk is toch veel handzamer, al heeft het kleine paneeltje veel charme en spreekt er een groot vakmanschap uit.
Ik ben nog wel nieuwsgierig naar hoe het paar, een Belgische en een Italiaan, elkaar heeft leren kennen. Misschien via eDarling, de datingsite voor de hoger opgeleiden?

Afbeelding

Beeldblog: De vogel

Het is lente: elke ochtend word ik gewekt door het geluid van kwetterende mussen en zingende merels. Het is fijn om zo wakker te worden, met de belofte van een mooie dag in het verschiet.

Pieter Bijwaard, z.t. 1993

Pieter Bijwaard, z.t. 1993

Vorige week toog ik naar Haarlem om Zwagerman kiest te zien. Het was druk in Teylers. Ik was vergeten dat het museumweekend was en aangelokt door gratis entree en instaprondleidingen vlokten generaties over de afdelingen met opgezette dieren, spannende instrumenten en fossielen. Ik spoedde me naar de vierkante zaal, waar ‚broer’ Joost met zorg een verbinding zichtbaar tracht te maken tussen grafisch werk uit de 17e- en de 20ste eeuw.

Ik herken zijn liefde voor beelden ‚op de rug’, zijn onvoorwaardelijke liefde voor Marlene Dumas met beelden die de ziel raken en herken bij hem ook mijn eigen liefde voor de explosieve kracht van rood en blauw, waar ik dit seizoen een presentatie over maakte.

In een hoek ontwaar ik een cluster met vogels. Niet direct iets waar ik Zwagerman mee associeer. Hij lijkt me niet echt een natuurmens, die op zondag in afritsbroek en wandelschoen een fikse wandeltocht inzet. Maar de selectie is interessant: een prachtige Appel (1921-2006) in ongemengde kleurstrepen in rauwe toets. Een 17e eeuwse kleurendruk van een vink (?) in combinatie met een wonderschoon blauw vogeltje door Pieter Bijwaard (1955). De kunstenaar heeft de vorm van de vogel in negatief afgebeeld, door wél de achtergrond en vleugels, maar niet het lijfje en de kop het dier te kleuren. Een ingewikkeld proces van eliminatie. Het vogeltje is uitgespaard uit het witte papier, omgeven door blauwtinten die prachtig uitwolken!

Precies het tegengestelde deed Daan van Golden in zijn study H.M. De vorm van de parkiet wordt in brandweerrood op het doek gezet. De achtergrond is wit en de kartelcontour steekt er scherp tegen af. De studie naar Henry Matisse zet de parkiet in de schijnwerper, een rol die het dier niet krijgt in La Perruche et la Sirène (1952) Van Golden en Bijwaard, ook een mooie combinatie.

Daan van Golden, Study H.M., 2004

Daan van Golden, Study H.M., 2004

De verbindingen tussen de overige werken zijn delicaat, met zorg gekozen en soms verrassend. Een geslaagd curatorschap.

Ik vernam uit betrouwbare bron dat er van Bijwaard’s werk een ansichtkaart wordt gedrukt. Kan die vogel zijn vleugels uitslaan van brievenbus, naar brievenbus. Goed gedaan, Zwagerman!

Zwagerman kiest is nog tot 15 juni te bezichtigen in Teyerls Museum te Haarlem.

Afbeelding

Beeldblog: Gerrit Benner (1897-1981)

De slappe winter is ingehaald door een heerlijke lente, die al neigt naar zomer met hoge temperaturen. Het zonnetje schijnt en ik wil naar buiten. Genieten van de ontluikende natuur, het jonge groen en het frisse geel van narcis en forsythia. Het zijn momenten waarin ik de lente ruik in het gras dat voor het eerst gemaaid wordt, de merel me ‘s morgens wakker kwettert en de vergezichten van Gerrit Benner voor me opdoemen.

gerrit-benner-landschap-1973

Landschap, 1973

De Friese tovenaar die in heldere blauwe, witte, en groene tinten, soms aangevuld met een uitbundig rood en geel, vergezichten van het Friese platteland laat verschijnen. De tijd glijdt er geruisloos voorbij. Onder en boven de streep van de horizon nemen lucht en landschap een even groot deel van het doek in beslag. In dikke penseelstreken herken je sloten, dijken en vaarten. De schilder is een bondgenoot van de natuur en speelt met voorn en vlakte, sluit vriendschap met de wolken en ‘voelt en voedt’ het land met zijn penseel. Eindeloze vergezichten van provinciegrens tot aan de Waddenzee. Hier en daar een koe of paard. De mens is bijna nooit in dit decor opgenomen. Die speelt in de grootsheid van deze setting een ondergeschikte rol, is nietig in die wijdse natuur.

gerrit-benner-landschap-met-rode-wolken-1969

Landschap met rode wolken, 1968

De invloed van Cobra op de autodidact Benner is zichtbaar in die frisheid van kleuren en ongereptheid van het land. Het landschap lijkt een synonym voor de Fries zelf: eerlijk, onomwonden en krachtig. Benner exposeerde van Brazilië tot Japan en zijn werk wordt gerekend tot het Friese canon. Fijn dat er een overzichtstentoonstelling van hem georganiseerd wordt in museum Belvedère in Heerenveen (vanaf 4 oktober 2014), zodat we lente en zomer nog langer kunnen vasthouden.

gerrit-benner-zomerlandschap-1975

Zomerlandschap, 1975

Afbeelding

Beeldblog: Emil Nolde (1867-1956)

Blijkbaar heb ik een zwak voor kunstenaars die het moeilijk wordt gemaakt om te werken. De underdog pakt me in.

Het leven en het werk van Emil Nolde kenmerkte zich door hoogte- en dieptepunten. De achtergrondverhalen maken de schilderijen interessanter: de kunstzinnige, technische en sociaal-politieke lagen leiden tot verdieping en schept onverwachte nuances.

Emil Nolde - Taenzerin in Rotem Kleid

Taenzerin in Rotem Kleid

Hij wordt nu gezien als een van de grote vertegenwoordigers van het Duits Expressionisme, maar de vorige generatie (zoals mijn moeder) sprak schande over hem: Nolde was fout geweest in de oorlog want hij was lid geweest van de NSDAP. Geen onbeschreven blad dus.

Ondanks dat speelde zijn werk Leven Christi uit 1937 een belangrijke rol in de door de nazi’s georganiseerde propagandatentoonstelling Entartete Kunst en vanaf die tijd werd (ook) hem het werken praktisch onmogelijk gemaakt.

Hij kreeg een schilder-, exposeer- en verkoopverbod opgelegd. Hij trok zich terug in Seebüll. Maar hij kon het werken niet laten. Omdat hij bang was dat hij bij een huiscontrole betrapt zou worden, maakte hij de strategische keuze om niet in olieverf te werken, maar aquarellen te gaan maken. (De terpentine zou hem verraden, maar water is reukloos!) Hij maakte ca. 1300 waterverven, studies, die later zouden moeten leiden tot groot formaat schilderijen. In het geheim werkte hij jaren aan deze serie Ungemalten Bilder, maar schilderijen werden het nooit.

In het Städel Museum van Frankfurt zijn nu, maart 2014, ruim 140 werken van Emil Nolde samengebracht, waaronder een grote selectie van die Ungemalten Bilder. Het is een buitenkansje om een dergelijk groot retrospectief te kunnen bezichtigen, dus als u rond Pasen nog een mooi uitstapje wilt maken, denk dan eens aan het financiële centrum van Duitsland, met iconische wolkenkrabbers en een fantastische museumoever waar talloze inspirerende musea te vinden zijn. Nolde laat zich daar tot half juni bewonderen, dan gaat veel werk weer naar huis, naar Seebüll.

Emil Nolde - Grosser Mohn

Grosser Mohn

Afbeelding

Beeldblog: Bookshelf No.1

Boeken, ik kan niet zonder boeken. Een boek, net gekocht, nog een beetje stug bij het openen en de lucht van drukinkt die vrijkomt bij het openslaan, het papier dat door je vingers gaat, een onweerstaanbare combinatie. Tijdschriften, vooral gericht op kunst, architectuur en interieurs, zijn verleidelijk. Bij een bezoek aan onze bibliotheek loop ik altijd even langs de stellingen en koester kaften, letters en plaatjes.

Yin Xiuzhen, Bookshelf No.1 Yin Xiuzhen, Bookshelf No.1
Yin Xiuzhen, Bookshelf No.1

 

Maar ik ben ook voor recycling, hergebruik en dus bijvoorbeeld De Slegte. En de combinatie van boeken en hergebruik vind ik bij de kunstenaar Yin Xiuzhen (1963). Deze Chinese vrouw en topkunstenaar overdonderde mij eerst met haar Portable cities en daarna met haar Bookshelfs.

Wat op het eerste gezicht lijkt op een prachtige boekenkast met boeken geordend op kleur en grootte, blijkt bij nadere beschouwing een (stoffen) kast waarin op boeken lijkende rechthoekige pakketjes, verpakt in textiel, strak in het gelid staan. Wanneer je vervolgens om de boekenkast heenloopt en de achterkant ziet, sta je oog in oog met de kledingkast van een puber, die zijn/haar hele garderobe snel in de kast heeft gepropt. Een, twee, drie, kamer opgeruimd!

Alle kunstwerken van Yin Xiuzhen zijn samengesteld uit (vooral) textiele materialen. De Portable Cities zijn gemaakt van kleding uit de steden Parijs, New York of Groningen, en verbeelden dan ook die steden. De koffertjes zijn opengevouwen, de verschillende steden met hun kenmerkende elementen in stof onmiddellijk herkenbaar. Hier de stad Groningen (portable Groningen 2011/12) met de Martinitoren en het markante museum.

Yin Xiuzhen: „Op vliegvelden zag ik de koffers die al die mensen van over de hele wereld met zich mee droegen, en ik bedacht dat deze koffers op een bepaalde manier hun thuis representeerden”.

Yin Xiuzhen, Cityscape Groningen

Yin Xiuzhen, Cityscape Groningen

Bookshelf No. 1 uit 2009 is opgebouwd uit hout, boekenplanken en kleding. De merkjes, knoopjes, ritsen, kragen, alles is herkenbaar, maar pas zichtbaar als je dichterbij komt. De maten van de kast, in dit geval 226 cm x 126 cm x 43 cm zijn maten van gewone boekenkasten. We worden allemaal gefopt.

De filosofie van Xiuzhen spreekt me aan: de voorkant van de boekenkast vertegenwoordigt de nette versie van iemands leven, of een persoon. In werkelijkheid echter, is het (ieders?) leven meer zoals de achterkant: slordig en rommelig.

Tweedehands kleding is belangrijk voor Xiuzhen: het vertelt een verhaal. De kledingstukken hebben een eigenaar gehad die ze helemaal heeft afgedragen en er misschien heel zuinig op is geweest. Het is identiteit geworden. Gedragen, bewaard, afgelegd. Haar kunstwerken gaan over identiteit. Prachtig. Wat zou ik niet allemaal kunnen maken van mijn overvolle kast? Maar ík ben niet handig. Voor reparaties ga ik naar mijn Turkse kleermaker op de gracht.